Onlangs keek ik naar de documentaire Vleesverlangen van Marijn Frank. Gek genoeg zette mij dit meer aan het denken dan de beelden die ik al kende van de vleessector.

Frank is o.a. bekend als co-presentator van het tv-programma Keuringsdienst van Waarde en ze vroeg zich in haar documentaire af hoe ze, met alle misstanden in de voedselindustrie die ze de afgelopen jaren had onderzocht, toch niet kon stoppen met vlees eten. Hersenonderzoek toonde aan dat ze gerust verslaafd kon worden genoemd. Frank reageerde veel sterker op foto’s van worst en karbonaadjes dan op erotische afbeeldingen. Leidraad in de documentaire was haar 2-jarige dochtertje en de manier waarop zij tot dan toe was opgevoed: geheel vegetarisch. En dat terwijl moeder en vader wél regelmatig vlees aten. Er was iets wat Frank tegenhield om haar jonge, onschuldige nageslacht met vlees in aanraking te brengen.

Eind augustus word ik — als alles goed gaat — voor het eerst vader. Dat maakt dat ook ik alvast nadenk over hoe ik mijn zoon of dochter (mijn vriendin en ik houden van verrassingen) wil opvoeden. Zelf ben ik “parttime vegetariër”, zoals ik dat pleeg te noemen. Alhoewel “parttime vleeseter” misschien een betere omschrijving zou zijn, want ik eet eigenlijk alleen vlees als ik ergens ben waar geen of geen aantrekkelijk vegetarisch eten wordt aangeboden. Een festival bijvoorbeeld. En zelfs dan alleen als het vlees biologisch is. Gelukkig ben ik hier niet zo alles-of-niets in als Martijn Frank (zij is liever óf vegetariër óf vleeseter), maar toch heb ik nu meer dan ooit het gevoel dat ik een heldere keuze moet maken.

Als ik heel eerlijk ben, vind ik mijzelf nogal een watje. Ik zou nooit een dier willen doden, puur en alleen voor het vlees.

Want als ik heel eerlijk ben, vind ik mijzelf nogal een watje. Ik zou bijvoorbeeld nooit zelf een dier willen doden, puur en alleen voor het vlees. Ja, als ik op een onbewoond eiland zou zitten en er niks anders opzit. En toch lijkt dat mij de ultieme consequentie: als je vlees eet, zou je eigenlijk ook bereid moeten zijn om zelf hiervoor een dier te doden. Of op zijn minst comfortabel moeten zijn met wat er allemaal aan jouw braadworst, karbonaadje of gehaktbal vooraf is gegaan. En dat ben ik niet.

Want ook een koe die veel ruimte krijgt en niet volgespoten wordt met antibiotica (de biologische koe dus) krijgt op een gegeven moment een pin door haar hoofd geschoten en wordt van onder tot boven opengesneden om vervolgens in stukken gehakt te worden. Dat daar een fijn leven aan vooraf gegaan is is mooi, maar de dood laat zich helaas niet vangen in termen als “diervriendelijk”. Hoezeer we dat ook proberen. En ik veracht mezelf dat ik mij door dit slappe excuus gerust laat stellen.

De mens is nou eenmaal een meester in het vervlechten van feit en fictie.

Vandaar dat Frank’s documentaire mij eigenlijk meer aan het denken zette dan alle andere beelden die ik allang ken van de bioindustrie in het bijzonder of de vleessector in het algemeen. De mens is nou eenmaal een meester in het vervlechten van feit en fictie en prima in staat om de dingen precies van de meest gunstige kant te bekijken als dat beter uitkomt. Zo ken ik verplegers die roken en milieuridders die auto rijden. En ook ik heb op die manier mijn matige vleesconsumptie gedoogd. Maar als ik straks de verantwoordelijkheid draag van het vaderschap, wil ik afgerekend hebben met deze tweestrijd. Dus: nu helemaal stoppen met vlees eten en mijn kind straks vegetarisch opvoeden? Of toch vrede sluiten met de harde werkelijkheid achter elk stukje vlees of vis en mijn kind niks misgunnen?

Ik heb nog even. Maar eind augustus wil ik een heldere keuze gemaakt hebben. Ik houd jullie op de hoogte.


De documentaire Vleesverlangen van Marijn Frank is hier terug te kijken.