Niet iedereen is enthousiast over de biologische sector. Onlangs werd beweerd dat biologisch eten niet gezonder of lekkerder zou zijn dan gangbaar voedsel. Daarbij wordt vaak voorbijgegaan aan de betekenis van deze termen.

Het stond er toch maar mooi. Onder de ronkende kop “Groene sprookjes: 5 mythen over biologisch eten” opende Vrij Nederland in 2012 de aanval op iedereen die een iets te rooskleurig beeld had van alles waar bio op staat. Erg zinvol natuurlijk. Zo is het altijd goed om bij de les te blijven als het gaat om de hersenspinsels van handige marketingjongens, ook — of zeker — als ze een groen jasje aanhebben. Het bleek de opmaat naar meer kritiek, al dan niet vanuit wetenschappelijke hoek. “Biologisch eten niet gezonder” kopte De Volkskrant in datzelfde jaar, refererend aan een onderzoek van de Stanford University. Vorig jaar wijdde dezelfde krant er nog een interessant artikel aan met “De 10 geboden van goed eten”. De strekking in de meeste gevallen: neem de zogenaamde voordelen van biologisch eten vooral met een korreltje zout.

Niet lekkerder, gezonder of beter

Laat ik er kort over zijn: er is niets bijzonders aan biologische landbouw of veeteelt. Het probleem met ergens een keurmerk opplakken, is namelijk dat het suggereert dat het afwijkt van het normale; dat er iets extra’s wordt aangeboden. Maar biologisch gaat juist om het vermijden van bepaalde extra’s. Geen kunstmest gebruiken bijvoorbeeld. Of minder bestrijdingsmiddelen. Geen genetische manipulatie ook. Eigenlijk een vrij saaie en oeroude manier van een boerenbedrijf runnen. Toch schijnt het nieuws te zijn dat biologisch voedsel desondanks niet lekkerder, gezonder of beter is. Punt voor punt worden de “mythen” ontkracht door handenwrijvende journalisten of wetenschappers die hun gelijk (‘Zie je nou wel, er is niets bijzonders aan!’) bevestigd zien in hun eigen vertroebelde definitie van het onderwerp. Wonderlijk.

Interessanter wordt het als je de betekenis van lekkerder, gezonder of beter gaat bekijken.

Interessanter wordt het als je de betekenis van lekkerder, gezonder of beter gaat bekijken. Er zijn boeken volgeschreven over de zintuigen die allemaal een rol spelen bij het ervaren van voedsel en persoonlijk vind ik een stuk vlees wel degelijk lekkerder smaken als ik weet dat de desbetreffende koe een enigszins goed leven heeft gehad. Kan er niks aan doen. Verder vermoed ik dat het toch iets gezonder is om minder gif of hormonen tot je te nemen. Ja, ik weet dat de biologische landbouw ook gif gebruikt, maar dat staat in geen verhouding tot wat de reguliere landbouw jaarlijks in Nederland wegspuit: 11 kilo chemische bestrijdingsmiddelen per hectare. Dat is overigens bijna drie keer zoveel als het Europese gemiddelde! Belangrijker nog vind ik de houding van reguliere boerenbedrijven tegenover milieu, dier en mens. Die zou ik ronduit ongezond willen noemen, want: arrogant ten opzichte van alles waar het afhankelijk van is. En dus op de lange termijn onhoudbaar.

Louise Fresco, voorzitter van de raad van bestuur van de Wageningen Universiteit, vindt biologisch vooral het ‘speeltje van een Westerse elite die het verleden romantiseert’. Volgens haar is biologische landbouw en veeteelt niet in staat om de wereld te voeden. Fresco en andere criticasters wijzen op de successen van reguliere boeren, die, dankzij het gebruik van kunstmest en pesticiden, hun opbrengt zagen verzesvoudigen gedurende de afgelopen eeuw. Dat is ontegenzeggelijk een knappe prestatie, maar innovatie in de biologische sector heeft er voor gezorgd dat deze vorm van landbouw slechts 1/5 minder opbrengt dan de reguliere variant. Er komen ook steeds meer ziekte-resistente gewassen, zodat spuiten niet meer nodig is. En dan te bedenken dat dit slechts met een fractie van de 50 miljoen euro onderzoeksgeld is bereikt dat jaarlijks in regulier landbouwonderzoek wordt gepompt.

Zijn al deze tegengeluiden dan onzin? Nou, als het om vlees gaat klopt het dat het absoluut onmogelijk is om wereldwijd net zoveel te produceren op biologische wijze als de bio-industrie momenteel kan. Daar is simpelweg te weinig ruimte voor. Maar de voorstanders van biologisch voedsel (en ieder zichzelf respecterende wetenschapper) zullen je vertellen dat het ook uitermate onverstandig is om zoveel vlees te blijven eten als we momenteel doen. Dat Fesco’s boek over voedsel en landbouw Hamburgers in het paradijs heet, zegt eigenlijk al genoeg over dit enorme verschil in inzicht.

biologisch_PARALLAX

Eerst nog Puur en Eerlijk, nu gewoon Biologisch.

 Doe maar normaal…

Toch valt zulk tegengeluid in goede aarde. Traditiegetrouw moeten Nederlanders het niet echt hebben van alles wat boven het maaiveld uitsteekt of van mensen die ons vertellen wat we moeten doen. Dat vertaalt zich ook in de cijfers: op slechts 3% van het totale Nederlandse landbouwareaal wordt biologisch geboerd en dat is ruim onder het Europese gemiddelde van 5,4%. In de supermarkt kiezen we meestal voor “gewoon”. Dat is bovendien een stuk goedkoper ook. Maar zijn het juist niet deze producten — die het milieu schade toebrengen en die geld boven het welzijn van mens en dier stellen — die een keurmerk zouden moeten krijgen? Stel je voor dat er op je pak filtermaling zou staan dat er geen eerlijke prijs is betaald aan die lachende koffieboer op de voorkant. Of dat er in je kleding een label zou zitten dat vermeldt dat het door kinderen is gemaakt. Ik ben benieuwd of “gewoon” dan nog zo vanzelfsprekend is.

Veel meer dan over iets wat anders zou zijn, gaat biologisch wat mij betreft over een levenshouding. Over rekening houden met elkaar.

In feite is iets als “biologisch” bestempelen de omgekeerde wereld. Dat is als een persoon omschrijven met “geen dief” of “geen leugenaar”. Het is niet voor niets dat er op een pakje sigaretten gewaarschuwd wordt voor longkanker of dat er bij gewelddadige films een leeftijdsadvies staat. De boodschap is: let op, het kan schadelijk zijn. Toch doen we het bij eten en drinken precies andersom. Het zijn de gezonde en betere producten die gelabeld worden met “Puur & Eerlijk” of “Fair Trade”, terwijl een fles cola zonder waarschuwing (Pas op! Bevat 50 suikerklontjes.) kan worden gekocht door een kind van acht. Vreemd…

Veel meer dan over iets wat anders zou zijn, gaat biologisch wat mij betreft over een levenshouding. Over rekening houden met elkaar. Over verantwoordelijkheid voelen ten opzichte van andere levende wezens en ten opzichte van het milieu. Eigenlijk nogal vreemd dat daar een labeltje aan gehangen moet worden. Alsof dat iets bijzonders is. En het is helemaal wonderlijk om dat als ‘iets van het verleden’ te bestempelen. Als iets wat elitair zou zijn. Daarmee zeg je impliciet dat kernwaarden als respect en verantwoording afleggen niet meer van deze tijd zijn. Als dat zo is, ben ik met alle liefde elitair.

Kwestie van nadenken

Koop ik zelf dan altijd biologisch? Welnee. Ik kies een product uit op zijn eigenschappen en de waarden die ik belangrijk vind. Bij dierlijke producten (kaas, eieren, melk en vlees) kies ik bijvoorbeeld altijd voor biologisch, omdat ik het belangrijk vind dat het dier een zo goed mogelijk leven heeft gehad. Bij groenten, fruit en andere producten beslis ik op gevoel. Wanneer ik denk dat de biologische variant beter past bij wat ik belangrijk vind, dan kies ik dat. Maar als een bio komkommer 2x zo duur is, terwijl ‘ie uit dezelfde vervuilende kas komt als zijn gangbare broertje, dan bedenk ik me eerst of ik überhaupt wel komkommer nodig heb. Zo ja, dan gaat net zo makkelijk die tweede in mijn boodschappenkarretje. Bovendien houd ik in mijn achterhoofd dat biologisch certificeren aardig wat geld kost. Dat is de reden dat veel boeren en andere leveranciers er voor kiezen om ongecertificeerd door het leven te gaan, terwijl ze er op basis van hun bedrijfsvoering wel aanspraak op zouden kunnen maken. Dat betekent dat je etiketten moet lezen en je gezonde verstand moet gebruiken tijdens het winkelen. Negeer de keurmerken dus vooral.

Toch besef ik dat biologisch voedsel niet voor niets een elitair imago heeft. Het ís ook een stuk duurder en er wórdt ook veelvuldig misbruik gemaakt van loze kreten. Net als bij reguliere producten eigenlijk. Het komt dus allemaal neer op een kwestie van nadenken. Iets wat sowieso een goed idee is.