Restaurant Morris & Bella in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam serveert een 3- tot 6-gangenmenu met groenten als basis. Vlees, vis en kaas bestel je er eventueel bij.

‘It starts with vegetables’ staat er op het raam van Morris & Bella. Dat klinkt spannend. Nieuwsgierig stap ik dan ook het restaurant binnen op een pleintje in de buurt van het Westerpark. Van buiten heeft het pand een beetje een bistro-achtige uitstraling: groot terras met bordeauxrode zonwering, zo’n typisch rondlopend gordijn bij binnenkomst om tocht tegen te houden en de bijpassende gouden stang met gordijnringen.

Binnengekomen tref je echter een eenvoudig, maar strak en verzorgd interieur. Hier lichte muren, houten tafeltjes met linnen servetten van de kringloop en op elke tafel een vaasje met een enkele bloem. Naast de kleine bar een boekenkast met allerlei kookboeken waar ze inspiratie halen uit bijvoorbeeld een 500 pagina tellend vegan cuisine boek, een oude platenbak met diverse lp’s bij de keuken en mooie gekleurde prenten aan de muur van verschillende groenten in de eigen huisstijl. Welkom bij Morris&Bella.

Aanbod

Waar in de gangbare restaurants vis en vlees voorop staan en groenten als bijgerecht worden geserveerd, doen Morris & Bella het andersom. Annebel van Meegen, mede-eigenaar van Morris & Bella,  ergerde zich al tijden aan het feit dat je als vegetariër vaak wordt afgescheept met salade geitenkaas of een gepocheerd eitje. ‘Nu ik veganistich eet is dat helemaal lastig en je betaald er wel voor. Bij ons is vegan daarom de basis en kun je kiezen voor een supplement van bijvoorbeeld vlees of vis. Zo voelt iedereen zich welkom of je nu carnivoor, bourgondiër, vegetariër of veganist bent.’

‘Als je geen alcohol drinkt dan moet je een frisdrank hebben die stand houdt naast de gerechten.’

Je hebt al een driegangen keuzemenu voor 23,50 euro. Bovendien wordt het menu aan het seizoen aangepast en wisselt het elke twee weken: ‘Door met het aanbod van de seizoenen te koken ben je niet alleen verantwoord bezig, maar houd je de prijs ook betaalbaar en biedt je voldoende afwisseling. Daardoor blijft het ook aantrekkelijk voor mensen uit de buurt om regelmatig een hapje te komen eten.’

Ik vond het helemaal leuk – het aperitief alleen al was supergeslaagd: rauwe en biologische kombuscha van Yaya kombuscha uit Zaandam. Met een minimum aan suiker, maar wel met de maximale smaak van gember. Annebel: ‘Als je geen alcohol drinkt dan moet je een frisdrank hebben die stand houdt naast de gerechten.’ Het eten was eveneens heerlijk, supervers met allerlei verrassende combinaties. Denk aan artisjokravioli van dumpling deeg  (dat deeg is namelijk veganistisch, maar ook superlekker door de zachte structuur), rode bietensoep met popcorn en mosterdcress (supplement chorizo), aubergine-springrolls en bijvoorbeeld voor de meer traditionele eters onder ons de keuze voor Bavette en rosevalaardappeltjes.

Zelf was ik aangenaam verrast door het dessert. In eerste instantie sprak die me het minst aan, maar dat was echt een ware smaaksensatie. De cheesecake (vegan, met cashews) was lekker, maar de bevroren druiven waren echt snoepjes. Helemaal als je ze door de venkelgelei (het motto: it starts with vegetables wordt goed doorgevoerd) en/of de olijvenpoeder haalt. Jammie!

‘We gebruiken echt alles van het product. We hadden laatst olijvensap nodig voor de risotto – het pulp hebben we gedroogd om op deze manier te kunnen gebruiken.’ zegt Annebel. Makkelijk maken ze het zichzelf daardoor niet, maar daar kiezen ze  zelf duidelijk ook niet voor. ‘Neem bijvoorbeeld het gebruik van tofu en soja als vleesvervanger. Dat  is te makkelijk. We hebben eigenlijk helemaal geen soja nodig en bovendien worden daar te veel bomen voor gekapt. We zetten daarom alleen dingen op de kaart waar we achter staan en die we lekker vinden.’

Plus

Waar de meeste restaurants claimen zo veel mogelijk biologische producten te gebruiken, is dit bij Morris & Bella de standaard. Als variatie op hun motto zou je dus ook ‘it’s starts with organic’ kunnen zeggen en daar onderscheiden ze zich echt mee. Bij “zoveel mogelijk biologisch” is er namelijk nog (te) veel ruimte voor gangbare producten, waar ik het een het een fijn idee vind als biologisch de standaard is.

Het GFT-afval dat overblijft wordt op de fiets door Annebel naar de kinderboerderij gebracht.

Ook proberen ze zo lokaal mogelijk in te kopen. Op de website staan bijvoorbeeld de leveranciers van hun dranken vermeld. Daaronder lokale bieren en sterke drank, maar ook de minder lokale dranken worden vermeldt zodat het aanbod lekker overzichtelijk en doorzichtig blijft. Eveneens proberen ze lokaal hun afval te verwerken. Het GFT-afval dat overblijft is te verwaarlozen (iedereen eet netjes hun bord leeg), maar wat toch overblijft wordt twee keer per week in een emmertje op de fiets door Annebel naar de kinderboerderij gebracht. Over de hele cyclus van hun restaurant is dus heel goed nagedacht. Petje af!

Min

Je kunt wel vanaf 23,50 euro een driegangenmenu krijgen, alleen is een supplement (afhankelijk van de gang tussen de 2,50 en 6,75 euro) vaak toch wel gewenst. Hierdoor kan je toch duurder uitkomen dan aanvankelijk gedacht. “Duur” is hier echter niet het juiste woord (het is topkwaliteit, met de Lindenhoff als hoofdleverancier), dus het is het meer dan waard. We komen daarom graag snel weer. Het eten was heerlijk. Daarnaast heb ik onwijze bewondering voor dit stel dat hun “kindje” op zo’n  idealistische en perfectionistische manier aan de wereld presenteert en zo een mooi voorbeeld voor de horeca stelt.

Of, zoals Annebel het zegt: ‘Alles moet lekker zijn, alles moet goed zijn. Het leven is te kort om er niet van te genieten’.