Ons land is van oudsher gericht op handel drijven. Dat heeft geresulteerd in een open blik naar buiten toe, maar ook in een armzalig milieubeleid en meer luchtverontreiniging dan goed voor ons is.

Afgelopen week behaalde Milieudefensie een belangrijke overwinning in hun strijd om de Nederlandse luchtkwaliteit te verbeteren. In een door hen begonnen rechtszaak tegen de Nederlandse Staat, oordeelde de rechter dat het kabinet inderdaad te weinig doet om luchtverontreiniging tegen te gaan. Demissionair staatssecretaris Dijksma heeft naar aanleiding hiervan beloofd maatregelen te treffen. Maar waarom nu pas?

De economie regeert al jaren

De hele rechtszaak (en de uitkomst) doet denken aan een ander recent succes van een Nederlandse milieuorganisatie. In 2015 stelde de rechter Urgenda in het gelijk toen het de Staat verweet te weinig te ondernemen om klimaatverandering te voorkomen. Helaas leverde díe uitspraak niet direct mooie beloften op vanuit de politiek, maar werd er hoger beroep aangetekend. Die loopt nog steeds. Ondertussen is de uitstoot van broeikasgassen alleen maar toegenomen en maakt zelfs de Europese Commissie zich zorgen om de Nederlandse luchtkwaliteit.

Economische belangen hebben voor Nederland altijd zwaarder gewogen dan het belang van haar burgers.

De vraag dringt zich op waarom een extreem rijk en welvarend land als Nederland achteraan sukkelt als het om dit soort fundamentele zaken gaat. Het simpele antwoord: de economie heeft voor de Nederlandse Staat altijd zwaarder gewogen dan het belang van haar burgers. Ga maar na. Nederland behoort tot de kleinste en dichtstbevolkte landen binnen de EU, maar toch hebben we in Rotterdam de grootste scheepshaven van Europa en met Schiphol de vierde luchthaven van Europa. Onze intensieve veehouderij “produceert” jaarlijks meer dan 500 miljoen dieren en dankzij de Westlandse glastuinbouw zijn we de belangrijkste Europese exporteur van tomaten, paprika’s en komkommers.

Niet omdat onze (landbouw)grond of ons klimaat zo uitermate geschikt is voor dit alles, maar simpelweg omdat we de techniek en de schaalgrootte hebben om hier — ondanks de beschikbare grond en het natte klimaat — de grootste in te zijn. Dat is heel erg knap en daar is veel geld mee verdiend. Maar de tijd van ongebreidelde groei is voorbij. Het is tijd om al deze kennis te gebruiken voor een nieuwe, groenere economie.

Pragmatisme vs. idealisme

Al dat verkeer, al die benodigde energie en al die miljoenen dieren zorgen voor luchtverontreiniging, stank en geluidsoverlast in een toch al zeer dichtbevolkt stukje land. Gekkenwerk eigenlijk, maar omdat het de economie ten goede komt hebben we het er voor over. De geluidsnormen rondom Schiphol worden maar weer eens opgerekt, er worden veeflats gebouwd met nog betere luchtfilters en in het Rotterdamse centrum worden vieze dieselauto’s geweerd terwijl de vervuilende scheepvaart er nog een Maasvlakte bij krijgt. Niet gek dus dat er juist in Nederland milieuorganisaties zijn die aan de bel trekken.

Het is juist uitermate pragmatisch om onze economie nu eindelijk te vergroenen.

In de politiek is idealisme misschien niet zo’n modieus woord, maar het is juist uitermate pragmatisch om onze economie nu eindelijk te vergroenen. Nederland is namelijk ook dat land dat voor 26% onder de zeespiegel ligt. En het ophogen van al onze dijken en het aanleggen van extra dammen en retentiegebieden brengen hele hoge kosten met zich mee. Hoe langer we wachten, hoe moeilijker het zal worden. Gaat het bedrijfsleven, dat decennialang de ruimte heeft gekregen, daar aan bijdragen? Vast niet. Toch is dat wel waar we naar toe moeten. Vervuiling zal moeten worden ontmoedigd en duurzame oplossingen moeten worden beloond.

Een goede luchtkwaliteit is het begin

Maar niet getreurd. Ook aan vergroening valt veel geld te verdienen. Als je tenminste één van de early adopters bent, zodat je jouw kennis kunt verkopen aan anderen. Om er écht vroeg bij te zijn, zijn we al te laat. Landen als Duitsland, Zweden en Noorwegen lopen qua duurzaamheid al voorop en zelfs Portugal heeft al vier dagen achter elkaar op groene stroom gedraaid. Maar in het verduurzamen van de specialismen waarin we al koploper zijn — watermanagement, tuinbouw etc. — valt nog veel te winnen. Om nog maar te zwijgen over al die sexy green tech bedrijven in het buitenland die we met wat extra belastingvoordelen kunnen verleiden om zich hier te vestigen. Dat zou de Nederlandse handelsgeest toch moeten doen oplaaien?

Laat het verbeteren van onze luchtkwaliteit, door eindelijk te kiezen voor een duurzame toekomst, het begin zijn van een overtuigde keuze vóór een groene economie en tegen het kortetermijndenken. We hebben er het geld en de hersens voor. Nu de wil nog.