Afval, we hebben er allemaal mee te maken. Maar hoe gaan we er mee om? Dat is een van de grote vragen in de duurzaamheidstransitie. Tijdens mijn deelname aan het programma “Rot op met je milieu” werd ik geconfronteerd met mijn eigen afval.

Als student Duurzame Ontwikkeling en Milieubeleid houd ik me dagelijks bezig met milieuproblematiek (zoals afval) en het verduurzamen van de samenleving. Toch denkt niet iedereen dat dit nodig is. Dit werd mij maar al te zeer duidelijk tijdens mijn deelname aan het programma Rot op met je milieu, uitgezonden op NPO2 tijdens de week van de duurzaamheid in 2016.

Tijdens dit programma werden ik en vijf mede-deelnemers, met uiteenlopende meningen over de milieuproblematiek en duurzaamheid, geconfronteerd met de impact van ons eigen gedrag op het milieu. En dat leverde op z’n zachtst gezegd uiteenlopende reacties op.

Het programma

Mijn medekandidaten en ik hebben tijdens onze deelname aan het programma alles bewaard wat we aan afval produceerden. Na twee weken puilden onze afvalbakken uit, de huiskamer lag vol met opgeslagen CO² in ballonnen en de bak voor het afvalwater stroomde over. Door precies bij te houden hoeveel afval je produceert, word je pas echt geconfronteerd met je eigen gedrag. Dit zette mij aan het denken over de consequenties van dagelijkse keuzes. Deze blijken groter dan je vooraf denkt. Die ene keer plastic bordjes kopen voor een feestje, een plastic tasje om de tomaten uit de supermarkt te verpakken, een kant en klaar broodje op het station… Het lijken niet significante keuzes, maar samen lopen ze al snel op tot veel afval.

In Nederland produceren we per inwoner 500 kilo huisafval per jaar. Hier valt dus nog veel te verbeteren!

Door een kijkje te nemen in de vuilnisstort, werd me pas echt duidelijk om wat voor hoeveelheden afval het gaat. Dan voel je je opeens heel nietig naast zo’n berg afval. Dit gevoel werd versterkt toen ik een dag als vuilnisvrouw mocht werken in hartje Amsterdam. Ik heb me verbaasd over de hoeveelheid afval die in een enkele dag verzameld wordt. In Nederland produceren we per inwoner 500 kilo huisafval per jaar. Hier valt dus nog veel te verbeteren!

Het zijn de kleine acties die het verschil kunnen maken: door producten te kopen met weinig verpakkingsmateriaal, een nee-nee sticker voor reclamebladen op de brievenbus te plakken en door zelf een flesje water of broodtrommeltje mee te nemen. Maar ook door verpakkingen te hergebruiken en door eten “op maat” in te kopen waardoor zo min mogelijk voedsel weggegooid hoeft te worden. Zijn er spullen stuk? Laat ze maken bij bijvoorbeeld een repair cafe, in plaats van iets nieuws te kopen. En leen vaker spullen van vrienden en buren of via een website als Peerby. Zo zorg je niet alleen voor minder afval, maar ook voor het gevoel dat we samen goed bezig zijn.

Van afval naar grondstof

Naast de hoeveelheid afval, ligt er een probleem bij de afvalverwerking. Ondanks dat recycling steeds meer wordt toegepast, bestaat ons restafval gemiddeld nog steeds voor driekwart uit materialen die makkelijk gerecycled hadden kunnen worden. Dat heb ik met mijn eigen ogen kunnen zien: kleding, magnetrons, chemische producten, batterijen, glas, papier en plastic kwam ik als vuilnisvrouw allemaal tegen in het restafval. Het werd allemaal verbrand. En ondanks dat de efficiëntie van verbrandingscentrales in Nederland erg hoog is, is dit niet de oplossing. Het is waar dat we door verbranding energie opwekken, die als “groen” bestempeld wordt, maar dit is niet te vergelijken met de energie die nodig is om nieuwe producten te maken, verpakken en te vervoeren. Verbranding moet gezien worden als allerlaatste redmiddel!

Door net een stukje verder te lopen kan je meestal je afval wel degelijk scheiden.

Maar afvalscheiding blijkt vaak een heikel punt. Enkele deelnemers klaagden: “Ik kan mijn afval niet scheiden, want er zijn geen bakken”. Het is inderdaad moeilijk om je afval te scheiden als er geen faciliteiten voor zijn. Maar vaak is de oplossing simpel: door net een stukje verder te lopen kan je meestal je afval wel degelijk scheiden. Ook door als burger aan te geven dat er behoefte is aan afvalscheidingsmethodes, en die te gebruiken, geef je een signaal af aan gemeenten om hier mee aan de slag te gaan.

Een ander argument dat vaak genoemd werd, ging over de ruimte in huis: “in mijn appartement heb ik geen ruimte voor verschillende afvalbakken”. Jawel hoor, meestal kan dit best door wat creatiever met de ruimte om te gaan. Een doos voor oud papier en een zak voor het plastic hoeft bijvoorbeeld niet al te veel ruimte in te nemen. Waar een wil is, is een weg!

Afval bestaat (niet)

Iets waar we eigenlijk ook minder bij stil staan, is wanneer afval pas echt ‘afval’ wordt. Wat voor de een afval is, kan voor de ander een nieuw meubelstuk zijn. Dit werd mij pas echt duidelijk toen ik samen met de andere kandidaten op zoek ging naar grofvuil om ons tijdelijke huis aan te kleden. Stoelen, tafels, banken, schilderijen: we vonden genoeg om ons hele huis vol te zetten. Tegenwoordig zijn er genoeg mogelijkheden om spullen een tweede leven te geven zoals hippe kringloopwinkels en online fora zoals Marktplaats en United Wardrobe. Zo maak je iemand anders blij met jouw afval, of kan je jezelf blij maken met verantwoorde nieuwe koopjes!

Tot slot: ik dacht dat ik goed bezig was qua afvalvermindering en afvalscheiding. Maar door stil te staan bij wat ik nou echt verbruik, zie ik in wat er nog beter kan. Kleine acties maken het verschil. Echt! In mijn volgende blog ga ik verder in op een specifiek soort afval, namelijk voedselverspilling.