Je kan het op je klompen aanvoelen: het is vele malen milieuvriendelijker om kraanwater te drinken dan gebotteld (bron)water. Toch gaan er in Nederland elke dag honderden flesjes water over de toonbank.

Vooral in de zomer verkopen supermarkten en andere winkels vele honderden flesjes water per dag. Zeker in Nederland is dat nergens voor nodig. Dit zijn de zes voornaamste redenen om geen gebotteld water meer te drinken.

1. Niet gezonder

Flessenwater is pas populair geworden vanaf 1990, waarna het een symbool werd van ons verlangen naar fitheid en gezondheid. Desondanks is het niet noodzakelijkerwijs gezonder dan kraanwater. Zeker in ontwikkelde landen (zoals Nederland) zijn de veiligheidseisen voor kraanwater zó hoog, dat de kwaliteit niet onder doet voor bronwater. Integendeel zelfs. In landen met een slechte drinkwaterkwaliteit kan gebotteld water natuurlijk wél noodzakelijk zijn.

Ook handig om te weten: in ongeveer 25% van de gevallen komt gebotteld water van dezelfde bron als het leidingwater.

2. Veel duurder

Kraanwater kost ongeveer €0,03 per liter. Voor een fles water van een “goed” merk betaald je echter al gauw €2 per liter. Dat is ruim 66 keer zoveel! In een restaurant of discotheek is dit nog veel meer. Zelfs de goedkoopste merken hanteren enorme winstmarges, in sommige gevallen oplopend tot 280.000%. Zonde van je geld, toch?

3. Slecht voor het milieu

Jaarlijks wordt 1,5 miljoen ton plastic vervaardigd, puur en alleen voor de flessenwaterindustrie. Samen met het transport en de afvalberg die uiteindelijk overblijft, maakt dat gebotteld water zeer schadelijk voor het milieu.

4. Multinationals profiteren

Wanneer een bedrijf exclusieve rechten op waterontginning verkrijgt (dit gebeurt veel in ontwikkelingslanden), worden de bewoners verplicht om gebotteld water te kopen in plaats van het zelf uit de grond te halen. Dit leidt tot wantoestanden zoals in Nigeria, waar families soms tot de helft van hun salaris moeten uitgeven aan water.

Peter Brabeck-Letmathe, de voormalige CEO van Nestlé, baarde enkele jaren geleden opzien door te zeggen dat hij water geen universeel mensenrecht vindt. Hij pleitte voor privatisering van 98,5% van de watervoorraad “om verspilling te voorkomen”. Later zou hij zijn uitspraak relativeren, maar feit blijft dat het exemplarisch is voor een zorgwekkende tendens.

5. Bedreigde ecosystemen

Bedrijven als Coca-Cola, Nestlé, Pepsi, Evian en Fiji Water verdienen miljarden aan water en, in hun honger naar meer winst, bedreigen ze complete ecosystemen. Zo tappen ze bronwater af, wat nabij gelegen waterstromen, waterputten en boerderijen in gevaar brengt. Het zou vele malen efficiënter, duurzamer en eerlijker zijn als de lokale bevolking zeggenschap over het (grond)water houdt. Die hebben er namelijk geen belang bij om hun omgeving te vervuilen. Multinationals wel.

De Zwitserse film Bottled Life toont de werkwijze van (in dit geval) Nestlé en is een aanrader voor iedereen die hier meer over wil weten.

6. Er zijn genoeg alternatieven

Koop een handig drinkwaterflesje — zoals Dopper bijvoorbeeld — en vul hem met kraanwater. Zo heb je altijd water mee voor onderweg. Of vul hem bij op één van de tappunten van Join The Pipe.

Heb je niks anders bij je en wil je toch gebotteld water kopen? Kies dan voor Earth Water. Hierbij gaat 100% van de winst naar waterprojecten in binnen- en buitenland. Zo help je indirect mee om drinkwater schoon en toegankelijk te houden.